Aarmoede

Wat betekend aarmoede voor christenen?

Christus trok met zijn leerlingen van huis tot huis en hun inkomsten waren wat zij kregen van de mensen waar ze terecht kwamen en deze hadden meestal ook niet viel te geven. Ze waren echt arm.

Wat is de betekenis van armoede voor onze samenleving? Kunnen wij echt een idee van de omstandigheden hebben waarin Jezus leefde? Denken we er zelfs over na?

Nee, want we kijken altijd omhoog of naar diegenen die sneller zijn. Wij kijken naar de buren die net een nieuwe keuken hebben gekocht en naar de topmanagers, die zichzelf extreem hoge salarissen garanderen. Ons dagelijks leven drijft ons. We hoeven helemaal niet te vertragen. We mogen nooit uit balans raken. „Every day Happiness“ is geschreven op de chocolade die we in de fair trade-winkel kopen. Onze mooie, gezonde wereld moet niet worden bekrast en we moeten ons altijd goed voelen.

Armoede bestaat buiten onze mooie wereld. Hooguit raken we soms geïrriteerd als we horen dat de kloof tussen rijk en arm groter wordt. Maar we kijken dan ook meer omhoog dan omlaag. Leven onder de armoedegrens is de grootste schande. En we geloven de politici als ze zeggen dat ze de mensen uit de armoede willen halen. Maar als alle mensen in de wereld zoals wij hier in Europa willen leven, zou de aarde vier keer zo groot moeten zijn om alles te reproduceren wat wordt verbruikt. Het is dus een fata morgana om te zeggen dat de armen die vandaag in de wereld leven onze welvaart moeten naderen. Integendeel, we moeten leren om op een andere manier te denken.  Moeten wij niet bijvoorbeeld, misschien zeggen, dat de armen de redder van onze wereld zijn omdat ze bijna niets consumeren

Maar vooral als christenen moeten wij ons laten aanraken door armoede. We moeten ons realiseren dat we armoede niet hoeven te veroordelen of te minachten.
De eerste stap daar naartoe is om de termen armoede en ellende schoon te scheiden. Het maakt een groot verschil of iemand in armoede leeft of in ellende.
Als we onze pastorale visie lezen kunnen we realiseren hoe moeilijk dat is om het te begrijpen. Daar staat letterlijk: „Ook alle stadsproblemen (mensen zonder werk, langdurige armoede, vandalisme, eenzaamheid, dakloosheid, gebrekkige integratie) zijn in Utrecht te vinden. In sommige wijken is dit sterker voelbaar en zichtbaar dan in andere.“ Tussen langdurige armoede en vandalisme of eenzaamheid maken wij helemaal geen verschil. Maar er is een groot verschil.

Jezus spreekt in het evangelie van de ontberingen. Hij spreekt van de hongerigen en dorstigen, de vreemdelingen, de naakten, de zieken en de gevangenen (Mattheüs 25: 35-36). Maar armoede is er voor hem geen deel daarvan. Omdat Jezus zelf in armoede heeft geleefd. Wij moeten opnieuw leren dit te differentiëren. Deze vormen van nood van wat hij spreekt hebben niets met armoede te maken. Wij kunnen ellende en nood elimineren zonder armoede te hoeven te elimineren. Armoede zonder nood en ellende kan zelfs mooi zijn.

Ik zelf ken armoede zonder ellende. Ik ben opgegroeid in de DDR en wij leefden aan of beneden van de armoedegrens na de hedendaagse definitie. Ik heb 4,5 jaar gestudeerd en had een goede baan bij een onderzoeksinstituut. Ik leefde bescheiden, maar niettemin was het geld vaak op voor het einde van de maand. Bananen en sinaasappels waren alleen beschikbaar voor Kerstmis. Vaak was er alleen een soort kaas in de koelschappen en we hebben de lege papieren zakken van het meel weer terug naar de winkel meegenomen. Deze waren dan voor de eieren of voor de appels. Altijd was iets nodig dat wij niet konden kopen maar de vrienden of buren hebben steeds graag geholpen. Wij leefden in armoede in de DDR maar wij hadden geen ellende of nood. De zieken werden geholpen, er was geen eenzaamheid en iedereen werd gerespecteerd. Jullie kennen allemaal de foto’s en video’s met enthousiaste mensen bij de val van de Muur. Maar dat waren misschien 100.000 of 500.000 mensen die dachten dat West-Duitsland een paradijs was. Dat waren niet de 16 miljoen mensen die een normaal leven leidden in de DDR. Ik kan me de gezichten van mijn collega’s nog goed herinneren op de ochtend van 10 november 89, de ochtend naar de opening van de muur. Er was geen vreugde of enthousiasme, er was alleen zorg voor de toekomst.

Na de val van de Muur vond ik een nieuwe baan en richtte later mijn eigen bedrijf op. Maar Ik ontmoette nu alleen mensen die meer geld wilden of sneller wilden zijn. ‚S Avonds, als ik door de winkelstraten en prachtige winkelcentra loop, zie ik alleen mensen die op zoek zijn naar hippe kleding of naar vaatwassers die geen geluid maken.

Ik wist dat iets fout is. Maar ik wist niet wat er fout is.

Maar nu heb ik eindelijk weer armoede gevonden. Ik werk als vrijwilliger in een daklozenopvang. Er zijn mensen die echt arm zijn. Alles wat ze hebben passt in een koffer of in twee boodschappentassen. Maar ze worden verzorgd door onze samenleving of ze doen kleine klussen die voldoende zijn voor eten en accommodatie.
En als ik iemand vraag, hoe gaat het, weet ik al de antwoord: Ik weet dat hij zegt, het zou iets beter kunnen, maar over het algemeen gaat het goed. Deze eenvoudige mensen zijn tevreden en je kunt het voelen in de sfeer die daar heerst. Ze hebben een dak boven hun hoofd, krijgen voedsel en kunnen een huisarts bezoeken. Als ik met hen ben, is het niet moeilijk voor te stellen dat Christus zo met zijn leerlingen leefde.

Kunnen we ons als christenen dat voorstellen? Ik denk dat de meesten van ons er moeite mee hebben. Maar om dichter bij het koninkrijk van God te komen, moeten wij leren om dat te kunnen. Christus leefde echt op die manier en hij eiste, dat zijn volgelingen ook zo zouden leven. Het zou te veel gevraagd moeten zijn als iemand zegt: geef je bezit en welvaart op. Maar het minste wat we kunnen doen is heen te kijken en proberen de schoonheid van armoede te herkennen. Wij hoeven niet naar Assisi te reizen om armoede onze eerbied te tonen. Wij vinden ze hier in Utrecht op de Stadhuisbrug, in de Catharijnesteeg of in Jansveld 51. Wat muntjes zijn er belangrijk voor deze mensen maar belangrijker dan geld is voor hun een open hart. Wie kan dat, zo niet wij als christenen?

Armut

Was bedeutet Armut für uns Christen

Christus zog mit seinen Jüngern von Haus zu Haus und sie lebten von dem, was ihnen angeboten wurde. Sie mussten sich keine Sorgen machen, dass ihnen etwas gestohlen werden konnte oder dass sie ihr Geld gut anlegten.

Was bedeutet Armut für uns. Haben wir überhaupt noch eine Vorstellung von den Verhältnissen, in denen Jesus gelebt hat? Denken wir überhaupt darüber nach?

Nein, wir schauen nach oben. Zu den Nachbarn, die sich gerade eine neue Küche gekauft haben oder zu den Top Managern, die sich stets immer höhere Gehälter sichern. Und unser Alltag treibt uns an. Auf keinen Fall langsamer werden, nichts verlieren, die anderen überholen wo es nur geht. Ja nicht aus dem Gleichgewicht kommen. „Every day Happyness“ steht auf der Schokolade, die wir im Fair Traide Geschäft kaufen. Unsere schöne heile Welt darf keinen Kratzer bekommen, wir müssen uns immer gut fühlen.

Armut dagegen interessiert uns nicht wirklich. Sie existiert außerhalb unserer schönen Welt. Manchmal ärgern wir uns bestenfalls, wenn wir hören, dass die Kluft zwischen arm und reich immer größer wird. Aber dabei schauen wir auch mehr nach oben als nach unten. Unterhalb der Armutsgrenze zu leben ist die größte Schande. Und wir glauben den Politikern die sagen, sie wollen die Menschen aus der Armut herausholen. Wenn alle Menschen auf der Welt so leben würden wie wir hier in Europa, müsste die Erde viermal so groß sein. Es ist also ein Trugbild, wenn wir sagen, die Armen, die heute auf der Welt leben, müssen sich unserem Wohlstand annähern. Umgekehrt muss es sein. Sollten wir nicht vielleicht sagen dass die Armen die Retter der Welt sind, weil sie fast nichts konsumieren?

Aber gerade als Christen müssen wir uns von der Armut berühren lassen und versuchen, zu begreifen, dass Armut nichts ist, was wir verdammen müssen. Und der erste Schritt dahin ist, dass wir die Begriffe Armut und Not sauber trennen. Wie schwer das ist, zu verstehen merkt man, wenn man einen Blick in die Zeitungen wirft. Da wird das Wort Armut im gleichen Atemzug wie Vandalismus, Obdachlosigkeit, Einsamkeit genannt. Aber in Wirklichkeit gibt es einen großen Unterschied zwischen diesen Problemen unserer Gesellschaft.

Jesus spricht im Evangelium über die Hungrigen, und durstigen, die Fremden, die Nackten, die Kranken und die Gefangenen (Matthäus 25, 35-36). Aber nicht über die Armen, die für ihn nicht zu den Notleidenden gehören, weil er selber arm war. Diese Nöte haben nichts mit Armut zu tun. Erst wenn man es sauber trennt, kann man die Nöte bekämpfen, ohne die sogenannte Armut beseitigen zu müssen.

Ich kenne Armut ohne Not. Ich bin in der DDR aufgewachsen und wir haben an der Armutsgrenze gelebt, so wie wir heute die Armutsgrenze für unsere Gesellschaft definieren. Ich hatte 4,5 Jahre studiert und einen guten Job in einem Forschungsinstitut, habe bescheiden gelebt aber trotzdem hat das Geld oft nicht bis zum Monatsende gereicht. Bananen und Apfelsinen gab es nur für Weihnachten und einmal musste ich mit der Bahn bis nach Berlin fahren um Äpfel zu kaufen, weil es in der ganzen Republik keine gab. Im Kühlregal lag oft nur eine einzige Sorte Käse und die Papiertüten vom Mehl haben wir wieder mit in das Geschäft genommen, da kamen beim nächsten Einkauf die Eier hinein. Oft wurde etwas benötigt, das es nicht zu kaufen gab, aber die Nachbarn oder Freunde haben gerne geholfen. Wir waren arm in der DDR aber es gab keine Not. Den Kranken wurde geholfen, es gab keine Einsamkeit und jeder wurde geachtet. Die Fotos und Videos der Begeisterung beim Fall der Mauer, die um die Welt gingen – das waren vielleicht 100.000 Menschen, die dachten, in Westdeutschland ist das Paradies. Das waren nicht die 16 Millionen Menschen, die in der DDR ein ganz normales Leben führten. Ich erinnere mich noch genau an die Gesichter meiner Kollegen am Morgen des 10. November 89. Da war keine Freude, da war nur die Sorge um die Zukunft.

Nach dem Fall der Mauer habe ich einen neuen Job gefunden und später eine eigene Firma gegründet aber ich habe nur Menschen getroffen, die mehr Geld oder schneller als ich sein wollten . Wenn ich abends durch die Einkaufsstraßen und tollen Einkaufszentren gegangen bin traf ich nur Menschen, die auf der Suche nach hipperen Klamotten waren oder nach einer Spülmaschine, die kein Geräusch macht.

Ich wusste, etwas ist falsch in dieser Gesellschaft aber ich wusste nicht was es ist.

Heute bin ich endlich wieder an der Seite mit der Armut. Ich arbeite als Freiwilliger in einem Obdachlosenasyl. Dort sind Menschen, die wirklich arm sind. Ihr ganzes Hab und Gut können sie in einem Koffer oder zwei Einkaufstaschen mit sich herumtragen, mehr haben sie nicht. Aber die Gesellschaft sorgt für sie oder sie haben kleine Jobs die ausreichend sind für Essen und Übernachtung. Und wenn ich jemanden frage wie es ihm geht, weiß ich die Antwort: „Es könnte besser gehen aber im Allgemeinen geht es gut“. Diese einfachen Menschen dort leiden keine Not und man fühlt das an der positiven Atmosphäre, die dort herrscht. Sie haben einen warmen Schlafplatz, bekommen Essen und können einen Hausarzt besuchen. Und wenn man dort mit ihnen zusammen ist, spürt man eine sehr angenehme Atmosphäre. Wenn ich bei ihnen bin ist es sich schwer für mich, mir vorzustellen, dass Christus so mit den einfachen Fischern gelebt hat.

Können wir als Christen uns das vorstellen? Ich denke, dass die meisten unter uns Probleme damit haben. Aber Christus verlangte von seinen Nachfolgern, so wie er zu leben. In Armut. Es wäre zu viel verlangt, wenn wir unseren Reichtum und Wohlstand aufgeben sollten aber das Mindeste, was wir tun können ist hinzusehen, und zu versuchen, die Schönheit von Armut zu erkennen. Wir müssen nicht nach Assisi reisen um Armut unsere Ehre zu erweisen. Wir finden sie hier unter uns und wir müssen ihr unser Herz öffnen. Es gibt Menschen, die nicht am Wettlauf um mehr Wohlstand teilnehmen wollen. Vor 1000 Jahren war es Franz von Assisi und heute sind es junge Leute, die in Tiny Houses oder als Minimalisten leben oder die es einfach nicht schaffen, am Wettlauf teilzunehmen. Wir dürfen sie nicht verurteilen und hindern, anders zu leben. Unsere Aufgabe als Christen muss es sein, zu erreichen, dass diese Menschen stolz auf ihre Armut sind. Wer sollte sie verstehen, wenn nicht wir als Christen.

De ecologische voetafdruk 2

Het negative beeld dat de samenleving heeft van daklozen dateert uit de tijd dat men dacht dat de economie voor altijd zou groeien en dat er geen einde aan olie was. Maar vandaag weet bijna iedereen dat het essentieel is voor de toekomst dat we onze manier van leven en de economische modellen van productie en consumptie fundamenteel moeten veranderen. Wij stellen onszelf het doel om de manier van leven zo aan te passen dat er zo weinig mogelijk schade aan onze omgeving ontstaat en wij zijn soms bezig met het berekenen van onze ecologische voetafdruk. Maar wij vergeten dat er al mensen zijn in onze westerse samenleving die dat doel al bereikt hebben. Ze veroorzaken een CO2-uitstoot van minder dan 20% van een doorsnee burger, ze hebben geen auto, ze maken geen intercontinentale vluchten en eten wat overblijft in de groothandel en de detailhandel en wat er eigenlijk wordt weggegooid. Maar op dit moment zijn wij nog lang niet in staat om deze mensen te erkennen als pioniers van toekomstig gedrag en ze schamen zich meestal voor hun gedrag. Ik denk dat dat fundamenteel en snel moet veranderen.

Ik wil graag dat iedere dakloze deze bord met de ecologische voetafdruk om zijn hals draagt en de mensen voor de neus houd.  Er moeten ook jassen en t-shirts aan de daklozen verdeeld worden met de text op hun rug: Ik verorzaak zero emission (of zo).

Visionen

  1. The coat of St. Martin

  2. Koeverwarming

Zo een dorpje is mijn droom. 10 huisjes in een ring. In het midden de keuken, het washuis en de kleuterschool. De koeien zijn op pension. Het voer komt van de boer en de melk en de mest gaan terug.

3. Oprichting van een partij voor Bruttonationalgeluk

Geben oder verlieren?

Seit ein paar Monaten arbeite ich als Freiwilliger Im Obdachlosen-Nachtasyl. Dort trifft man auch Menschen, die aus verschiedenen Gründen alles verloren haben. Beispielsweise ein Unternehmen, welches mit viel Mühe aufgebaut wurde und welches ihnen nun nicht mehr gehört.
Verloren – diesem Begriff wird durch unsere heutige Gesellschaft eine zutiefst negative Prägung verliehen. Kann man dafür nicht auch sagen – wegegeben? Der Unterschied ist die Sichtweise. Zwei Kinder sitzen an einem Tisch. In der Mitte liegt ein Bonbon, welches einem Kind gehört. Das andere Kind nimmt sich dieses Bonbon wortlos. Ist es weggegeben oder verloren?
Auch Franziskus von Assisi hat sein Vermögen weggegeben. Niemand würde sagen, er hat es verloren. Und der Schmerz ist nicht so groß.

Uitbreken

Het is heel moeilijk om van onze manier van leven uit te breken .
Minder dan 10% van de mensen in onze samenleving zijn bereid hun leven radicaal te veranderen, 20% denken er over na. Dat is niet genoeg om de resterende 70% te bewegen. De instincten sluimeren echter binnen elke mens want waar komt het verlangen vandaan op vacantie naar een verlaten eiland te gaan of in de zomer in de volkstuinen te wonen ? Dat maar 30% hun leven zouden veranderen wil zeggen dat er in onze huidige samenleving in de nabije toekomst geen verandering te zien is.
Het zou anders zijn als er een aanzienlijke samenleving die goed werkt als voorbeeld gebruikt zou kunnen worden. Dan zouden deze 70% mee kunnen kijken hoe deze samenleving werkt b.v. door deze in een geweldig reality show te bekijken. Misschien zouden deze 70% bereid zijn om hun consumptisme leven te ruilen tegen een leven dat niet consumptisme georienteerd is. Je moet hen laten zien, dat een leuk leven ook in een niet consumptisme georienteerde samenleving bereikt kan worden.
In maart 2017 ging het bericht over de hele de wereld dat de weduwe van Doug Tompkins (oprichter van het merk Esprit) een miljoen hectare land aan de Chileense overheid heeft gedoneerd. Daardoor kan een uitgestrekt natuurgebied worden uitgebreidt.
Er zijn misschien ook andere superrijke mensen die ook een grote oppervlakte naar de allerarmste mensen zouden willen doneren. Daardoor creeren zij de mogelijkheid om een samenleving op te bouwen die vrij is van de beperkingen van de huidige maatschappij van consumptie en winstmaximalisatie. Potentiële bewoners kunnen zeker worden gevonden onder de vele miljoenen mensen in sloppenwijken of vluchtelingen die zijn blootgesteld aan hongersnood.
Iedereen die een stukje christelijk geloof in zich draagt moet zich realiseren dat het meer dan een hersenschim moet zijn. De rijken zouden het kunnen opvatten als een vorm van compensatie zoals het delen van de mantel van Sint Maarten, omdat hun rijkdom alleen is opgebouwd door middel van winstmaximalisatie. Een exotische kant heeft dit project ook. Het gedoneerde land kann de vorm van de naam of het symbool van de donor krijgen en daardoor is het zelfs vanuit het heelal te zien. Uiteindelijk zou het een groot avontuur zijn, vergelijkbaar met een missie naar Mars, of zo.